Wat hebben Jezus en Karl Marx gemeen?

Gepubliceerd op 25 augustus 2026 om 17:36

Twee mensen, twee ideeën, en wat er daarna gebeurde

Jezus en Karl Marx lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen te hebben.

Jezus leefde ruim tweeduizend jaar geleden in een Joodse wereld. Historisch gezien wordt hij beschouwd als een Joodse prediker en leraar. Het christendom zoals wij dat nu kennen, bestond tijdens zijn leven nog niet. Jezus richtte dus niet simpelweg een kerk of een nieuwe religie op zoals we die later zijn gaan kennen.

Na zijn dood gingen zijn volgelingen verder met zijn boodschap. Die beweging ontwikkelde zich in de eeuwen daarna tot verschillende vormen van christendom.

En daar wordt het interessant. Want ook de teksten en verhalen rond Jezus werden niet overal op dezelfde manier verzameld, geïnterpreteerd en doorgegeven. De Bijbel zoals wij die in het Westen kennen, is bovendien niet overal hetzelfde. Zo heeft bijvoorbeeld de Ethiopisch-orthodoxe kerk een uitgebreidere Bijbelse canon dan de protestantse en katholieke tradities.

Karl Marx leefde in een totaal andere tijd en had een totaal andere boodschap. Toch gebeurde er iets vergelijkbaars. Ook zijn ideeën kregen na zijn dood een eigen leven. Anderen interpreteerden zijn werk, bouwden er politieke bewegingen op en riepen later zelfs staten en systemen in het leven die zich op zijn gedachtegoed beriepen.

En precies daar zien we de overeenkomst. Niet omdat Jezus en Marx hetzelfde dachten.

Maar omdat geen van beiden na zijn dood nog kon bepalen wat anderen precies met hun ideeën zouden doen.

Eeuwen later kijken we naar het christendom, het marxisme en alles wat daar in naam van Jezus of Marx is gebeurd. Maar hoeveel daarvan was werkelijk de oorspronkelijke gedachte? En hoeveel is later toegevoegd, aangepast, geïnterpreteerd of gebruikt om macht uit te oefenen?


Op de afbeelding van Karl Marx (1818-1883) staat:

Karl Marx is de bekendste zoon van de stad Trier. Zoals bijna geen ander heeft hij de ongehoorde dynamiek van zijn eigen tijd geanalyseerd en de groeiende ongelijkheid en uitbuiting bekritiseerd. "Het Manifest van de communistische partij" en "Het Kapitaal" maken tegenwoordig deel uit van het Memory of the World Register van UNESCO. Aan de waardering van zijn levenswerk buiten de legendevorming en ideologische toe-eigening is de stad Trier zeer veel gelegen. Zijn ideeën zijn in de 20e eeuw misbruikt voor het vestigen en rechtvaardigen van dictaturen. Zijn uitgangspunten kunnen echter ook vandaag de dag er nog toe dienen om ons inzicht in de hedendaagse problemen te verfijnen."

Marx heeft inderdaad niet een blauwdruk voor een totalitaire dictatuur geschreven zoals die later in de Sovjet-Unie onder Stalin of in China onder Mao is ontstaan. Zijn belangrijkste kritiek richtte zich op de ongelijkheid die hij zag ontstaan door het kapitalisme en op de uitbuiting van arbeiders.

In de kern is het socialistische ideaal niet dat iedereen arm moet zijn, maar dat armoede, uitbuiting en extreme ongelijkheid worden bestreden. Veel socialisten vinden dat mensen best welvarend mogen zijn, zolang iedereen eerlijke kansen heeft en basisvoorzieningen zoals zorg, onderwijs en bestaanszekerheid goed geregeld zijn.

Tegelijk zijn er binnen het socialisme verschillende stromingen. Sommige accepteren grote persoonlijke rijkdom zolang die eerlijk is verdiend en gepaard gaat met een eerlijke belastingbijdrage. Andere stromingen vinden dat zeer grote vermogens op zichzelf al tot te veel machtsverschil leiden.

Het is dus niet één uniforme visie, maar het socialisme is  "niet tegen rijkdom, wel tegen armoede", vat een belangrijk ideaal van veel socialisten in een korte en positieve zin samen. Dat is ook een reden waarom de ideeën van Marx, los van alle discussies eromheen, nog steeds worden bestudeerd: ze zetten mensen aan het denken over rechtvaardigheid, arbeid en ongelijkheid.

Tegelijkertijd schreef Marx wel over een 'dictatuur van het proletariaat'. Daarmee bedoelde hij een overgangsfase waarin de arbeidersklasse de politieke macht zou uitoefenen. Over hoe zo'n samenleving er precies uit moest zien, was hij echter veel minder concreet. Dat heeft ertoe geleid dat latere leiders zijn ideeën op heel verschillende manieren hebben geïnterpreteerd.

Veel historici maken daarom onderscheid tussen:

  • Marx' eigen filosofische en economische ideeën, en
  • het marxisme-leninisme en de communistische regimes van de 20e eeuw, die zich op Marx beriepen maar vaak autoritaire dictaturen werden met censuur, vervolging en onderdrukking.

Ja en Jezus, als vergelijking van de manier waarop hun ideeën later zijn gebruikt, is dat een heel interessante vergelijking. Niet omdat Jezus en Marx inhoudelijk hetzelfde verkondigden, dat deden ze beslist niet, maar omdat je bij beiden een verschil ziet tussen de persoon/het oorspronkelijke gedachtegoed en wat latere machthebbers ervan hebben gemaakt.

Bij Jezus ligt de nadruk sterk op liefde, naastenliefde, barmhartigheid, nederigheid en het niet beantwoorden van geweld met geweld. Toch is het christendom later ook gebruikt om macht, oorlog, vervolging en politieke heerschappij te rechtvaardigen.

Bij Marx ligt de nadruk op maatschappelijke en economische verhoudingen, klassen en de kritiek op kapitalisme. Hij schreef geen blauwdruk voor de Sovjetdictatuur zoals die later ontstond. Zijn ideeën zijn vervolgens door Lenin, Stalin en anderen op hun eigen manier geïnterpreteerd en toegepast, waarbij eenpartijheerschappij en onderdrukking werden gerechtvaardigd.


Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. En uw naaste als uzelf.”

Dit verwijst naar Mattheüs 22, waar Jezus het gebod van de liefde tot God en de naaste noemt.

Opvallend is de oude spelling: „GANTZEM” voor geheel, „HERTZEN” voor hart en „GEMÜTHE” voor verstand/gemoed.

komt hij behoorlijk dwingend over.

Vooral dat „DU SOLT LIEBEN…” „Gij zult liefhebben…” klinkt niet als een uitnodiging, maar als een bevel. En dan ook nog: met geheel je hart, geheel je ziel en geheel je gemoed. Alsof halfslachtig liefhebben niet is toegestaan. 

Tegelijk zit er wel een interessante tegenstelling in: de inhoud gaat juist over liefde, maar de vorm is een opdracht. Dat past ook bij de tijd waarin zulke teksten in kerken werden gebruikt: geloof en Bijbelse geboden waren veel meer een vanzelfsprekend onderdeel van het openbare leven en werden nadrukkelijk verkondigd.

En eigenlijk wordt het tweede deel, „uw naaste als uzelf” , tegenwoordig misschien wel het mooiste stuk gevonden. Dat is minder „je moet geloven” en meer: behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Maar ja… op zo'n bord, gedragen door een streng kijkende Mozes, voelt het toch een beetje als: „En nu luisteren jullie allemaal even goed!” 

„Gij zult liefhebben…” is nogal een paradox als je uitgaat van het idee van een vrije wil. Liefde die je moet voelen omdat het geboden wordt, is natuurlijk iets heel anders dan liefde die je uit vrije keuze geeft.

Je zou bijna kunnen zeggen: God gaf de mens een vrije wil…en vervolgens kreeg hij een gebruiksaanwijzing met opdrachten. 

En er zit nog een mooie nuance in. In het Bijbelverhaal is het gebod niet alleen: „je móét van God houden”, maar wordt het gebracht als het grootste gebod. Het gaat dus om wat volgens Jezus het allerbelangrijkste is. Maar de formulering „gij zult” maakt het inderdaad behoorlijk weinig vrijblijvend.

En juist dát is wat zo raak: als liefde alleen waarde heeft wanneer ze vrijwillig wordt gegeven, kun je liefde eigenlijk niet afdwingen. Je kunt iemand wel vertellen wat je belangrijk vindt, maar niet bevelen wat er werkelijk in iemands hart moet gebeuren.

„Gij zult niet doden.”

Jezus werd volgens de christelijke traditie gekruisigd en ter dood gebracht, terwijl hij zelf juist voortbouwde op diezelfde geboden. Dat is inderdaad een wrange tegenstelling.

Kleine historische nuance bij „Jezus die er al vóór de telling van Christus was”: Onze jaartelling is achteraf op Jezus gebaseerd en uit de berekening en fondsen blijkt waarschijnlijk dat Jezus vermoedelijk rond 2 v.Chr. geboren is en rond 30 n.Chr. gekruisigd. Er is bovendien geen jaar 0 in de traditionele jaartelling.

En dan krijg je inderdaad een wonderlijke cirkel:

Mozes: „Gij zult niet doden.”
Jezus: „Heb uw naaste lief.”
Mensen: kruisigt Jezus. 

Een mens schrijft of verkondigt ideeën → volgelingen nemen die ideeën over → generaties later worden ze geïnterpreteerd, aangepast en soms misbruikt om macht uit te oefenen.


Zelf nadenken is eigenlijk de beste bescherming tegen het kritiekloos overnemen van een verhaal.

Niet automatisch denken „dit is waar omdat een boek, kerk, leider of wetenschapper het zegt”, maar ook niet automatisch het tegenovergestelde aannemen. Gewoon blijven vragen: Wie zegt dit? Wat stond er oorspronkelijk? In welke tijd? Wat is er later van gemaakt? En klopt het wanneer ik het zelf naast andere bronnen leg?

Daarmee kom je ook bij iets moois uit: je hoeft een gedachte of persoon niet volledig voor of tegen te zijn. Je kunt iets waardevols uit Jezus halen én tegelijk kritisch kijken naar wat kerken in zijn naam hebben gedaan. Hetzelfde bij Marx.

Psalmen „social media van toen” en algoritme

Psalmen zijn vaak heel persoonlijk en emotioneel: iemand vertelt hoe geweldig God is, hoe slecht de vijanden zijn, hoe onrechtvaardig de wereld is, hoe God hem moet helpen en vervolgens wordt dat als religieuze tekst doorgegeven en herhaald. In die zin kun je het inderdaad zien als een soort oud communicatiemedium dat emoties, overtuigingen en groepsgevoel versterkt.

Mijn vijanden zijn slecht → God staat aan mijn kant → deel dit met de gemeenschap → herhaal.” (vorm van algoritme)

Het verschil is natuurlijk dat de psalmen duizenden jaren oud zijn en niet door een algoritme geselecteerd werden. Maar het mechanisme van herhaling, emotie, bevestiging van de eigen groep en het versterken van bepaalde overtuigingen herken je vandaag inderdaad ook.

De vergelijking met social media nóg leuker als je verschillende tradities naast elkaar legt:

zelfde God → verschillende boeken → verschillende canon → verschillende interpretaties → verschillende religieuze culturen.

Dan vraag je je inderdaad af: hoeveel daarvan komt uiteindelijk van God, Jezus en Marx, en hoeveel van de mensen die de berichten door de eeuwen heen hebben verzameld, geselecteerd en geïnterpreteerd? 

Dat is misschien wel een van de fascinerendste dingen aan geschiedenis: je kunt een gedachtegoed bijna nooit volledig beheersen nadat het de wereld in is gestuurd. En „het is hoe men het leest of tot zich wil nemen” past hier eigenlijk perfect bij. 

Wat gebeurt er wanneer een mens een idee de wereld in brengt, dat idee miljoenen mensen raakt, en die mens vervolgens zelf geen invloed meer heeft op wat anderen ermee doen?

Dan kun je mooi parallellen trekken met deze personen:

  • Beiden hadden ideeën die bestaande machtsstructuren kritisch benaderden.
  • Beiden werden geliefd én gehaat.
  • Hun namen werden later verbonden aan complete maatschappelijke systemen.
  • Volgelingen en machthebbers gingen hun ideeën interpreteren.
  • Die interpretaties liepen soms heel ver af van de oorspronkelijke boodschap.
  • In naam van hun gedachtegoed zijn later onderdrukking en geweld gerechtvaardigd.

En dan zou eenconclusie prachtig kunnen zijn:

Misschien is het grootste gevaar van een idee niet altijd het idee zelf, maar wat mensen ermee doen zodra het idee groter wordt dan de mens die het ooit uitsprak.

Marx kon niet meer uitleggen wat hij precies bedoelde. Jezus kon dat evenmin. De mensen die daarna namens hen gingen spreken, kregen daardoor enorm veel macht.


#marxisme #jezus, #marx, #trier, #christendom, #socialisme #socialmedia

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb